Charlois
in het verleden..... |
![]() |
De geschiedenis van Charlois is al zeer oud. Zij gaat terug tot vòòr het jaar 1200. Het gebied is dan echter nog nauwelijks gecultiveerd. In het jaar 1458 schenkt de toenmalige eigenaar Filips van Bourgondië (foto links) het gebied - waarin Charlois is gelegen - "De Reijerwaard" aan zijn welbekende zoon en opvolger Karel van Bourgondië, ook wel Karel de Stoute (= Dappere) genoemd (foto rechts). |
Op zijn beurt geeft deze het bestuur in handen van Matteys de Huyzer, IJsbrand Uyt ten Hage, Arend van der Woude en Anthony Michelsz. van Eversdijck. Verder geeft Karel de Stoute aan genoemde grondheren toestemming de grond “te bedijcken tot corenlande uyten zoute wateren ende vloeden van der zee”. Hij bepaalt hierbij tevens dat de ingedijkte grond “voortaen heten sal ’t land van Charollais (later verbasterd tot Charlois). Deze bepaling vindt zijn oorsprong in het feit, dat Karel graaf is van de graafschap Charollais in Frankrijk waar de naam Charlois dan ook vandaan komt. Op 14 april 1462 keurt Karel de Stoute de overdracht goed. |
| Hij verorderde dat de vier Grondheren een kerkgebouw zouden stichten, gewijd aan de heilige martelaar Sint Clement. |

|
Charlois in het heden..... |
![]() |
Charlois (uitspraak sjaarloos, klemtoon op eerste lettergreep) is een deelgemeente en wijk gelegen op de zuidelijke Maasoever in de gemeente Rotterdam. De deelgemeente telt (op 1 januari 2003) 66.000 inwoners en heeft een oppervlakte van 10,00 km². De deelgemeente strekt zich uit tot de A15 in het zuiden, de Eemshaven in het westen, de Nieuwe Maas en de Maashaven in het noorden. In het oosten vormt de Dordtselaan, de Strevelsweg en de Vaanweg de grens met de deelgemeente Feijenoord en de Vaanweg / A29 de grens met de deelgemeente IJsselmonde. Charlois was tot 1895 een zelfstandig, voornamelijk agrarisch dorp, totdat het in dat jaar werd geannexeerd door Rotterdam. In Charlois liggen de metrostations Slinge, Zuidplein en Maashaven, het eindpunt (Kromme Zandweg) van tramlijn 2 en over de Slinge gaat tramlijn 25 naar de Barendrechtse Vinex-wijk Carnisselande. In het oosten van Charlois ligt winkelcentrum Zuidplein en evenementenhal Ahoy'. Charlois kan worden opgedeeld in de volgende wijken: |
OUD-CHARLOIS |
|
Charlois was tot 1895 een zelfstandige agrarische gemeente en werd in dat jaar geannexeerd door Rotterdam. Inmiddels is dan al begonnen met het graven van de Dokhaven, aan de oostzijde van de oude Charloisse haven. Tot na de Tweede Wereldoorlog lagen daar de Gemeentelijke Droogdokken, verantwoordelijk voor het onderhoud van de veerboten over de Maas en o.a. de schepen van de Holland Amerika Lijn.
|
|
|
Vanaf 1895 gaan de ontwikkelingen snel. Direct na de inlijving van Charlois bij Rotterdam vestigen zich aan de Sluisjesdijk twee petroleummaatschappijen en de Pakhuismeesteren (anno 2006 Vopak)
|
|
Ook wordt besloten tot het graven van de Maashaven, die in 1905 voltooid werd. Hier vestigden zich bedrijven als de Graansilo, Stoommeelfabriek De Maas, Machinefabriek Braat en ook de Vuilverbranding. Het beeld van deze haven wordt vooral bepaald door graanschepen en graanelevatoren.
|
|
|
In 1901 vestigt zich de Benzine-Installatie Rotterdam (de voorloper van de Shell) aan de Sluisjesdijk. In de volksmond heette dit bedrijf “De Benzine”. Door ruimtegebrek verhuisde men in 1935 naar Pernis.
|
|
|
In 1919 werd besloten een vliegveld aan te leggen ten zuiden van de Waalhaven. Vanaf dit vliegveld “Waalhaven” werd een luchtvrachtdienst met Engeland opgezet. Op 26 juli 1920 landde het eerste vliegtuig uit Londen. Tijdens het uitbreken van WO II in mei 1940 werd het vliegveld geheel verwoest en nooit meer herbouwd. Anno 2006 is het voormalige vliegveld als industrieterrein in gebruik.
|
|
| Om begin 20e eeuw in woonruimte te voorzien voor het gestaag groeiend aantal arbeiders dat in de haven en bij de petroleumbedrijven werkzaam was, werden in hoog tempo rond de oude dorpskern nieuwe wijken gebouwd. De huidige wijken Oud Charlois, de Tarwewijk en Carnisse zijn daar voorbeelden van. |
![]() |
De geschiedenis van Schipper Blom. Enkele jaren na de annexatie van Charlois door Rotterdam begon men in 1906 met het dempen van de Charloisse haven. Dat niet iedereen het daarmee eens was laat zich raden en de geschiedenis van de haven van schipper Blom was het gevolg. Wat was namelijk het geval? Gijs Blom, een bekende Charloisse beurtschipper, had eeuwigdurend recht op een ligplaats in de haven voor zijn huis zolang deze haven zou bestaan. Hij was niet bereid om een regeling met de gemeente Rotterdam aan te gaan en liet, ondanks de werkzaamheden, zijn scheepjes gewoon voor de deur van zijn huis liggen. Op een bepaald moment beging hij de fout zijn beide scheepjes op de wal te halen om te teren. De gemeente greep daarop haar kans en dempte ’s nachts de haven ter plaatse van het huis van de schipper en liet voldoende ruimte over voor de beide scheepjes. Het resultaat was deze foto, waarin duidelijk tot uiting komt dat Blom zijn ligplaats had behouden, echter de weg naar open water was hem ontnomen. |
|
CARNISSE De Carnissebuurt is genoemd naar het oude gehucht Carnisse, dat in vroeger tijden deel uitmaakte van “het Land van Barendrecht”. Dit gehucht was gelegen: ten Westen van West-Barendrecht; ten Zuiden van Charlois; ten Oosten van Pendrecht en ten Noorden van de Oude Maas. Over de betekenis van de naam Carnisse is geen zekerheid. Het is mogelijk, dat het betekent: “aan de kerk toebehorend”, omdat het woord in de oude boeken ook wel als Kerknisse, of Kerknesse geschreven wordt. Tot ruim een eeuw geleden bestond het grondgebied van de huidige Carnissebuurt uit grasland, dat door de Katendrechtse Lagedijk in tweeën werd gesneden. Eind van de 19e eeuw, toen de nieuwe havenactiviteiten op Charlois gestalte begonnen te krijgen, was er dringend behoefte voor de nieuwe arbeiders aan woonruimte. Met name voor de Groningers, Zeeuwen en Brabanders, die op dit werk afkwamen, moest woonruimte geschapen worden. Zo ontstond Carnisse, waar in 1890 voor het eerst werd gebouwd. Hierbij ging het om een aantal z.g. rug-aan-rug woningen, die door de bewoners al snel “De Laantjes” werden genoemd. In 1900 werden vervolgens de Klaverstraat, de Carnisselaan en de Ebenhaëzerstraat (genoemd naar een strook land tussen de Katendrechtse Lagedijk en de Kievitswetering) aangelegd. Dat er met de bouw van de wijk haast werd gemaakt blijkt uit het feit, dat reeds in 1912 de eerste paal werd geslagen voor een protestants christelijk lagere school in de Klaverstraat. Het noordelijke deel van Carnisse, thans Oud Carnisse genoemd, was toen al vrijwel vol gebouwd. In het jaar 1923 kon worden gezegd dat Oud Carnisse geheel klaar was. |
|
|
DE TARWEWIJK De Tarwewijk met de voormalige grote graansilo’s is tussen 1900 en 1930 gebouwd, eveneens voor de nieuwe havenarbeiders van toen. De bouw van de wijk had tot doel een prettige woonomgeving te creëren op Charlois, waar het voor de bewoners prettig was te wonen en te leven. De wijk ligt in het noordoosten van de Rotterdamse deelgemeente Charlois en staat al jaren onder druk in verband met criminaliteit. Door deze criminaliteit is de wijk aangewezen als veiligheidsrisicogebied, waardoor preventief fouilleren door de politie is toegestaan. In de wijk staan voornamelijk woonhuizen in de vorm van portiekwoningen en kleine eengezinswoningen. Aan de noordzijde (bij de Brielselaan) wordt de wijk begrensd door de Maashaven. Hier bevinden zich enkele bedrijven zoals de meelfabriek Meneba, het bedrijf van Quaker Oats en de voormalige graansilo, waar thans de discotheek Now & Wow, een bekend uitgaanscentrum, is gevestigd. Aan de oostzijde van de Tarwewijk ligt de aparte Millinxbuurt. Deze buurt tussen Mijnsherenlaan en de Dordtselaan vormt de grens met de deelgemeent Feijenoord. Ook dit deel staat sinds jaren onder druk van criminaliteit, al valt er de laatste jaren verbetering te bespeuren in verband met nieuwbouw en de strijd tegen verpaupering. De grens tussen Tarwewijk en de wijk Carnisse wordt gevormd door de Pleinweg, een zeer drukke verkeersader tussen Zuidplein en Maastunnelplein, de directe toegang tot de Maastunnel. De komende jaren zal er in de Tarwewijk flink worden geïnvesteerd om de wijk te laten aansluiten bij de woonwensen van nu. Er wordt gerenoveerd en nieuwbouw gepleegd. De bedoeling is om het gebied te transformeren tot een wijk waar wonen , werken en uitgaan hand in hand gaan. |
|
TUINDORP HEIJPLAAT De enige toegang tot tuindorp Heijplaat is over land en loopt via de Waalhavenweg, vanaf het industrieterrein Waalhaven Zuid (het voormalige vliegveld Waalhaven). Door de geïsoleerde ligging is het de verst afgelegen wijk in de deelgemeente Charlois. De wijk ligt aan de Nieuwe Maas en wordt omringd door de Eemshaven in het westen en de Waalhaven in Het oosten. De wijk werd in het verleden genoemd naar een zandplaat in de rivier met de naam “Hij” of Heye”. Het is een echt tuindorp, met laagbouw met hoge punt-en zadeldaken in een pittoreske architectuur met veel groen. De rust contrasteerde aan de bedrijvigheid van de scheepswerf. Het ontstaan van dit tuindorp is rechtstreeks te danken geweest aan het feit dat in 1902 de Rotterdamse Droogdok Maatschappij hier werd gevestigd. De arbeiders van deze scheepswerf moesten namelijk gehuisvest worden en ten behoeve daarvan, werd in 1914 de NV Bouwmaatschappij Heijplaat opgericht die opdracht gaf tot het bouwen van de toentertijd moderne wijk in de vorm van een tuindorp. In het begin van de jaren ’20 is het tuindorp dan afgebouwd en vormt zich een hechte gemeenschap met eigen voorzieningen zoals scholen, winkels, kerken, enz. Doordat de RDM door allerlei factoren als teruggang in de scheepsbouw, fusies, e.d. in 1983 failliet ging waarbij haast 1/3 deel van het personeel zijn baan kwijtraakte, kwam ook het tuindorp zelf in de problemen. Enige jaren geleden werd er zelfs aangenomen dat dit mooie tuindorp maar moest verdwijnen. Gelukkig is dat niet doorgegaan en momenteel wordt er op grote schaal gesaneerd terwijl woning corporatie “De Woonbron” samen met “Ontwikkelingsmaatschappij Stadshavens” het gebied gaan herinrichten als binnenstedelijk havengebied dat een aantrekkelijke plek moet worden voor wonen en werken. |
|
| Op 23 januari 1902 werd de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij opgericht. Dat was het begin van een eeuw vol ups en downs. De RDM was de voortzetting van Maatschappij de Maas aan de Rechter Maasoever. Na de allereerste gebouwen werd het werfterrein sindsdien verschillende malen uitgebreid: vrijwel constant werd er gesaneerd, verbouwd en nieuw gebouwd. De gebouwen dateren dan ook uit alle perioden sinds 1902. Door de grootte van het terrein was het noodzakelijk om te beschikken over eigen terrein vervoer. De eerste in 1923 in dienst gestelde terreinauto ziet u hier afgebeeld. |
|
|
De geschiedenis van de RDM begint met reparatie en onderhoud van schepen. Pas later volgde ook nieuwbouw. De kurk waarop het bedrijf vrijwel alle jaren heeft gedreven bleef ondanks de glorieuze nieuwbouw de reparatiesector. De eerste opdracht voor nieuwbouw van een zeegaand schip, de Alwina, kwam in 1905 binnen. Tot de absolute nieuwbouw toppers kunnen genoemd worden het ss Nieuw Amsterdam, de kruiser Hr.Ms. De Zeven Provinciën en het ss Rotterdam. Tewaterlating van deze schepen vond plaats in de jaren 1937, 1950 en 1958. De jaren vijftig waren gouden jaren voor het bedrijf. Het draaide op volle toeren en er was werk in overvloed. De personeelssterkte bereikte een piek in de zeventiger jaren toen er sprake was van ca. 7.000 personeelsleden. In de periode 1966-1971 was er sprake van diverse fusies waardoor in 1971 het concern Rijn-Schelde-Verolme met een personeelsbestand van meer dan 30.000 medewerkers ontstond. Dit grote conglomeraat was geen lang leven beschoren en in 1983 viel het doek en ging de gehele constructie failliet. |
Nieuw Amsterdam en Rotterdam bij RDM
WIELEWAAL De Wielewaal, Charlois kleinste wijkje, ligt ingeklemd tussen de Groene Kruisweg, de Korperweg, de Schulpweg en de Kromme Zandweg. Het buurtschapje werd onder druk van woningnood gebouwd om huisvesting te bieden aan gezinnen, die door deze woningnood, ontstaan door Duitse en andere bombardementen tijdens de oorlogsjaren, nauwelijks woonruimte konden vinden. Er is sprake van één van de rustigste woonbuurten van Rotterdam. Op 29 april 1948 besloot de gemeenteraad tot de bouw van zogenaamde semi-permanente woningen in de polder Charlois. De eerste woningen werden nog geen jaar later opgeleverd, waarbij ook een klein winkelcentrum was begrepen. Aan de oostgrens markeerde destijds het tramtracé van de vroegere RTM de nieuwe wijk. Het wijkje werd op 23 juni 1972 pas goed ontsloten toen tramlijn 2 een begin- en eindpunt kreeg aan de Brammertstraat, aan het eind van de Boergoensevliet. De eerste bewoners waren hoofdzakelijk bouwvakkers, leraren en agenten uit Rotterdam. Aanvankelijk zouden de woningen niet langer dienst doen dan 25 jaar. De woningen waren vanwege het semi-permanente karakter niet onderheid maar waren gebouwd op een betonnen plaat. De oppervlakte was gering doch in die jaren werd er zonder meer genoegen mee genomen dit omdat elke woning buiten de meer-kamerindeling ook in het bezit was van een douchecel. Vanaf het midden van de tachtiger jaren werd duidelijk, dat er wat met de wijk moest gebeuren. Van overheidswege werd gesteld, dat het gehele wijkje maar moest verdwijnen doch daar namen de bewoners geen genoegen mee. In 1984 weigerde men collectief huurverhoging en werd daarna door de rechter in het gelijk gesteld. Na nog een aantal jaren strijd won men op 17 juli het pleit waarna in 2000 werd begonnen met een grootschalige opknapbeurt. Thans ligt het in de bedoeling om het wijkje te behouden voor bewoning tot minstens 2015. |
|
|
PENDRECHT In den beginne was er water, waaruit langzaam een polder groeide. Zo kan de voorgeschiedenis van het land, waar later de Charloisse wijk Pendrecht zou verrijzen, worden getypeerd. Al in het jaar 1199 wordt er melding gemaakt van de polder Pendrecht als Dirk VII, graaf van Holland, aan een zekere Biggo een stuk land onder Peydrech verkoopt, welk land zich uitstrekt vanaf het kerkhof van Peydrech tot aan het officium Catendrech. De polder maakt in latere jaren deel uit van het land van Riederwaart, een gebied, dat herhaaldelijk onder water staat tengevolge van dijkdoorbraken. In 1460 heet het nog de “Riderwairt” en pas daarna het “Land van Charroloys”. Na inpoldering blijft het gebied eeuwenlang ongewijzigd, d.w.z. polderlandschap met dijken en sloten, afgewisseld met monumentale boerderijen. Na de annexatie door Rotterdam wordt het ene na het andere plan voor Zuid en dus ook voor deze polder gelanceerd, doch het duurt tot na de Tweede Wereldoorlog, voordat grootschalige wijzigingen in het gebied worden gestart. Direct na de Tweede Wereldoorlog ontstaat er door verlies van bestaande woningen, veroorzaakt door de oorlog en de dan sterk groeiende bevolking, een grote woningnood. Uitbreiding is dan ook bittere noodzaak. In het jaar 1948 wordt mevrouw Lotte Stam-Beese, in dienst van de Dienst Stadsontwikkeling en Wederopbouw, belast met de opdracht om een plan tot het bouwen van de wijk Pendrecht te maken. Het resultaat zal bekend mogen worden verondersteld. De zes eengezinswoningen aan het einde van de Oldegaarde (thans gesloopt i.v.m. renovatie van de wijk) zijn de eerste huizen die worden gebouwd. De opdracht hiertoe wordt gegeven door woningbouwvereniging “Onze Woongemeenschap”, die zich in later jaren tot een van de grootste woningstichtingen in dit gebied heeft ontwikkeld (thans door fusies e.d. uitgeroeid tot de “Nieuwe Unie”). De eerste paal hiertoe wordt 21 december 1953 geslagen. Vervolgens wordt de Zierikzeestraat gerealiseerd en geleidelijk ook de rest van Pendrecht. Vandaag de dag is een groot aantal woningen alweer afgebroken of geheel vernieuwd. Dit omdat onze moderne maatschappij nu eenmaal hogere eisen aan het wonen stelt dan in de jaren vijftig. Voor de bouw van de wijk moest het landelijke gebied, inclusief een aantal monumentale boerderijen wijken.
|
|
ZUIDWIJK Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft vooral Rotterdam het zwaar te verduren gehad. In deze 5 jaar is er sprake van een verlies aan woningen in een orde van grootte van ca. 25.000 stuks. Het zal dan ook duidelijk zijn dat, vooral direct na deze moeilijke periode in de geschiedenis van onze stad, er een gigantisch woningtekort is ontstaan. Het gemeentebestuur van Rotterdam, geconfronteerd met deze moeilijke situatie, besluit dan ook om zo snel mogelijk de wederopbouw aan te pakken. In plaats van de aloude binnenstad nemen grootschalige wijken aan de rand van Rotterdam de woonfunctie over. De eerste jaren is er nog nauwelijks sprake van woningbouw, omdat de herbouw van de haven prioriteit geniet. Echter in de vijftiger jaren komt de nieuwbouw op gang met in Charlois de bouw van de wijken Pendrecht en Zuidwijk. Vooral Zuidwijk werd al ontwikkeld op papier in de oorlogsjaren vanuit de z.g. wijkgedachte. Deze wijkgedachte was een geesteskindje van de groep Bos, genoemd naar de toenmalige directeur van de Dienst Volkshuisvesting. Het plan werd op papier gezet in nauwe samenwerking met het architectenbureau Van Tijen en Maaskant. Het ging uit van een ideale wijkopbouw, waarbij in het groen gelegen woningen met gemeenschappelijke tuinen en speelplaatsen de bewoners rijkelijk zouden voorzien van allerhande sociale voorzieningen. De bouw van deze wijk werd in handen gegeven van één woningstichting en wel “Tuinstad Zuidwijk”. Een tot dan toe revolutionair uitgangspunt omdat b.v. Pendrecht, dat in dezelfde tijd werd gebouwd, beheerd wordt door meerdere verzuilde woningstichtingen. In onze ogen zijn de eerste woningen maar matig. Kleine kamers en een slechte isolatie zorgen ervoor, dat de gebruikstermijn begrensd is. De eerste paal van de portiekflats aan de Oldegaarde wordt op 17 oktober 1950 geslagen en eind 1951 worden de eerste huizen bewoond. Twaalf jaar later, bij de oplevering van de bejaardenflat aan de Boekenrode, is Zuidwijk voorlopig voltooid. Half jaren ’80 wordt een ingrijpend renovatieprogramma voor de eerste buurt in deze wijk, namelijk de Horsten, op stapel gezet. De kosten rijzen echter zodanig de pan uit, dat in 1990 deze renovatie weer stopgezet wordt. In de zomer van 1993 vallen de eerste woningen in deze buurt alsnog onder de slopershamer om plaats te maken voor een nieuw modern opgezette buurt. Thans, anno 2006, zijn ook andere buurten grootschalig gerenoveerd.
|
|