Stichting Historisch Charlois

Pendrecht

In den beginne was er water, waaruit langzaam een polder groeide. Zo kan de voorgeschiedenis van het land, waar later de Charloisse wijk Pendrecht zou verrijzen, worden getypeerd.

Al in het jaar 1199 wordt er melding gemaakt van de polder Pendrecht als Dirk VII, graaf van Holland, aan een zekere Biggo een stuk land onder Peydrech verkoopt, welk land zich uitstrekt vanaf het kerkhof van Peydrech tot aan het officium Catendrech. De polder maakt in latere jaren deel uit van het land van Riederwaart, een gebied dat herhaaldelijk onder water staat tengevolge van dijkdoorbraken. In 1460 heet het nog de ‘Riderwairt’ en pas daarna het ‘Land van Charroloys’. Na inpoldering blijft het gebied eeuwenlang ongewijzigd, d.w.z. polderlandschap met dijken en sloten, afgewisseld met monumentale boerderijen.

In het jaar 1948 wordt mevrouw Lotte Stam-Beese, in dienst van de Dienst Stadsontwikkeling en Wederopbouw, belast met de opdracht om een plan voor de bouw van de wijk Pendrecht te maken. De bouw van de wijk startte in 1953, het jaar van de enorme watersnoodramp. Daarom zijn alle straten vernoemd naar dorpen die getroffen zijn door de watersnood van 1953.

Kaart van Carnisse

De wijk wordt begrensd door de Groene Kruisweg in het westen, de Oldegaarde in het noorden, de Zuiderparkweg in het oosten en het Havenspoorpad in het zuiden.
Door de ruime opzet, brede straten en groene karakter wordt Pendrecht ook wel één van de Zuidelijke Tuinsteden genoemd.
Plein 1953 in het midden van de wijk is het ‘winkelhart’ van Pendrecht; hier kan men terecht voor de dagelijkse boodschappen.

De laatste jaren zijn in delen van Pendrecht veel verouderde en kleine woningen vervangen door ruim opgezette eengezinswoningen, appartementen en seniorenflats.

 


Plein 1953